Elektronische baancodegever - Conijn Consultancy
713
page-template-default,page,page-id-713,page-child,parent-pageid-194,qode-quick-links-1.0,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode_grid_1300,footer_responsive_adv,hide_top_bar_on_mobile_header,qode-theme-ver-11.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-5.2.1,vc_responsive

Elektronische baancodegever

 

Elektronische baancodegever ATB eerste generatie

 

Periode

Ontwikkeling 2005 tm 2007.

Productie 2008 tm 2014.

 

Opdrachtgever

ProRail

 

Elektronisch baancodegever ATB eerste generatie

 

De elektronische baancodegever is de opvolger van de mechanische baancodegever die sinds 1966 in gebruik is bij de beveiliging van het spoor.

 

Het is dus oude toegepaste techniek in een nieuwe setting.

 

De baancodegever is een onderdeel van het automatische trein beïnvloedingssysteem wat na 1966 is ingevoerd in het spoorwezen.  De baancodegever (BCG) of ATB relais genereert een pulssignaal wat door de trein in het betreffende baanvak wordt ontvangen. De gegenereerde  frequentie van het signaal geeft aan hoe hard de trein in het baanvak mag rijden. Houdt de machinist zich niet aan de opgegeven snelheid, dan grijpt het ATB systeem, wat aanwezig is in de trein, in en laat de trein direct stoppen.

 

De oude BCG is een elektrisch mechanisch pulsrelais. De frequentie wordt bepaald door het massa van de onrust met het bijbehorende veermechaniek.  Iedere frequentie heeft  zo zijn unieke relais. Dit beperkte de uitwisselbaarheid van het product.  Door de mechanische constructie en het intensieve gebruik was er veel onderhoud aan het relais nodig. Bij komend nadeel was dat  de beschikbaarheid van de gebruikte onderdelen of materialen. Vele onderdelen zijn meer te verkrijgen.

 

De nieuwe elektronische baancodegever diende geschikt te zijn voor alle benodigde frequentie, één op één omgewisseld te kunnen worden en onderhoudsvrij gedurende zijn life cycle van minimaal 12 jaar.

 

Het ontwikkelproces voor een nieuwe baancodegever dient daarom te verlopen volgens de methoden en richtlijnen zoals omschreven in de normen NEN–EN 50126, NEN-EN 50128 en de ontwerpnorm NEN-EN 50129. Ten aanzien van de veiligheid dient de BCG te voldoen aan: sil4 met een MTBFF van beter dan 1×108 uur.

 

Om aan bovengenoemde eisen te voldoen bestaat het hart van het ontwerp uit twee verschillende type processoren die functioneel elkaar controleren op werking. Tevens wordt aan de contact zijde  de spanning, stroom, frequentie en de pulsbreedte gecontroleerd of het functioneren van het relais nog binnen de gestelde norm valt. Als er een storing geconstateerde wordt, schakelt  het relais zich zelf af en komt in een voor het beveiligheidssysteem een veilige toestand. De BCG voldoet aan de extra strengen EMC eisen die gelden langs het spoor in Nederland.

 

 

Kenmerken elektronische BCG:

Voedingsspanning 8-20Vdc.

Schakelspanning 240Vac/dc.

Schakelstroom 4A.

Piekstroom 80A/1sec.

De pulsfrequenties zijn van 75-75FECT-96-120-147-220 pulsen per minuut.

 

De ontwikkeling

Voor de nieuwe BCG zijn alle onderdelen waar hij mee is opgebouwd  opnieuw ontwikkeld.

Voor de contacten van de BCG is een elektronisch solid state contact ontwikkeld die geschikt is om  het beveiligingssysteem  langs het spoor betrouwbare te kunnen functioneren.

Voor de behuizing zijn nieuwe productie matrijzen ontwikkeld voor moderne kunststof materialen.  Hiermede is een product ontwikkeld wat weer enige decennia meekan.

 

Partner(s)

Quant Consultancy Alkmaar.